Ditmaal over land. In 1922 verplaatste de Italiaanse Grand Prix naar Monza - een groot gemis voor de plaatselijke bevolking in Brescia. Twee jonge Italianen, Francesco Mazzotti en Aymo Maggi, besloten niet bij de pakken neer te gaan zitten en organiseerden de eerste race van Brescia naar Rome en terug. Ze konden destijds niet weten dat bijna 100 jaar na dato deze Mille Miglia nog steeds een van de meest iconische evenementen op de kalender zou zijn. TWP dook in de geschiedenis van de duizend Italiaanse mijlen.
| What // 1000 Miglia | When // 1927 - nu |
| Who // Francesco Mazzotti & Aymo Maggi | Where // Brescia, Rome (IT) |

// De Grand Prix voorbij
In 1921 werd de eerste Grote Prijs van Italië verreden op het Circuito della Fascia d’Oro, op een steenworp afstand van Brescia. Grand Prix was wellicht wat geflatteerd, aangezien alleen Fiat en Ballot (beiden met 3 wagens) aan de startlijn verschenen. Niettemin was het een race met aardig wat spektakel, waarin uiteindelijk de helft van de deelnemers uitviel en het podium gedomineerd werd door Franse coureurs. Het leven van de Italiaanse GP in Brescia was echter maar een kort leven beschoren. Beïnvloed door de wens van de grote Italiaanse autobouwers om hun machines op een daarvoor ontworpen circuit te kunnen testen, werd in 1921 begonnen met de bouw van een gloednieuwe baan. Slechts 110 dagen na aanvang van de werkzaamheden, op 10 september, was het Autodromo Nazionale Monza klaar voor de tweede Italiaanse GP ooit. En sindsdien zijn er maar een paar jaren geweest waarin het F1-circus niet is neergestreken in het illustere Monza…
Niet iedereen was zo enthousiast over de move van de GP in Italië. De lokale bourgeoisie in Brescia was na een schamel jaar al beroofd van hun prestigieuze autorace. En wat doe je dan? Juist - je organiseert gewoon je eigen klassieker-in-wording. Lokale inwoners van Brescia, Francesco Mazzotti, Aymo Maggi, Renzo Castagneto en Flaminio Monti dachten er precies zo over: Om 8 uur ‘s ochtend op 26 maart 1927 ging de eerste Coppa delle Mille Miglia van start in Brescia. Na iets meer dan 20 uur rijden (over 1.600km; gemiddeld dus met 77 km/h!) vloog de O.M. 665 Superba van Nando Minoja en Giuseppe Morandi over de finishlijn. Voor die tijd een bizarre prestatie, gegeven het feit dat ze onderweg uitdagingen als stromende regen, onverharde wegen, en dichte mistbanken tegen waren gekomen. De status van de Mille Miglia en haar participanten nam al snel heroïsche vormen aan. Het gemis van de Grand Prix leek opeens niet meer zo heel relevant voor de enthousiaste toeschouwers in Brescia.
// 24 originele edities
De hedendaagse magie van de Mille Miglia stamt nog steeds uit die eerste reeks races ooit georganiseerd. Tussen 1927 en 1957 werden er in totaal 24 edities verreden. En wat voor edities… De verhalen zijn ook tientallen jaren na dato nog steeds om van te smullen. Wat te denken van mascalzone Tazio Nuvolari, die eeuwige roem vergaarde door in het pikkedonker zijn koplampen uit te schakelen en de gedoodverfde winnaar in te halen zonder dat deze het door had? Of neem Sir Stirling Moss, die op niets anders dan een banaan en wat citroensap en geïnstrueerd middels slechts 15 verschillende handgebaren van zijn bijrijder Jenkinson de 1.000 mijlen in iets meer dan tien uur wist te voltooien - met een gemiddelde snelheid van bijna 160 km/u! En in 1954 besloot de Duitser Hans Hermann dat wachten op een passerende trein zijn race zou verpesten. Met zijn bijrijder Herbert Linge dook hij weg in de 550 Spyder om zo onder de slagbomen door te schieten en hun race zonder onderbreking te vervolgen. Mede dankzij dit soort verhalen begon de legendarische status van de Mille Miglia zich te vormen. En laten we niet vergeten dat naast de race ook de automobielen die over de onverharde wegen tussen Rome en Brescia afgebeuld werden niet de minste waren. Iedere zelfbenoemde autofanaat kent natuurlijk de Mercedes 300 SLR, Porsche 550 RS Spyder, Ferrari 250, en de originele Alfa 8C, maar er raceten ook wat meer obscure parels door de heuvels tussen Brescia en Rome. We noemen er zomaar een aantal: de D.B. Barchetta, Ermini 357 Sport 1500, of de prachtige Siata 208.


Tussen de eerste reeks races zaten hier en daar wat wijzigingen. Na een serieus ongeval in 1938 werd de editie van 1939 overgeslagen, en kwam de organisatie van de MM met een opzet waarin 9 rondes over een ‘circuit’ tussen Brescia, Cremona, en Mantua verreden werden: de Brescia Grand Prix of the Mille Miglia. Een tweede onderbreking vond plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog. De herstart in 1947 was moeizaam, gezien het parcours gedeeltelijk verwoest was door bombardementen en zaken als benzine, banden, en onderdelen gerantsoeneerd werden. Ondanks dat volhardde de organisatie en wisten ze voldoende steun te krijgen om de Mille Miglia door te zetten. Vanaf 1950 veranderde het karakter van de race weer enigszins, doordat er zich meer en meer officiële teams met professionele bestuurders inschreven. Daarmee kreeg de race een internationaal karakter, en werd het zelfs een van de drijfveren achter de wederopbouw van het Italiaanse wegennet en de gloriedagen van de automobielindustrie van Italië - toch een leuk neveneffect van een potje flink sturen.
// Dodemans Kus
De factoren die de heroïek van de MM bepaalden hadden echter ook een keerzijde. Wanneer men een verslag van gelijk welke editie leest, komen onherroepelijk diverse crashes naar voren. Een combinatie van bravoure, gelimiteerde veiligheidseisen (er werden zonder gordels snelheden van meer dan 250 km/u behaald), technisch malheur, en slechte wegen en weersomstandigheden creëerden niet zelden fatale omstandigheden voor zowel coureurs als toeschouwers. Tijdens de eerste 24 edities van de epische race lieten maar liefst 56 personen het leven. Het laatste jaar van de originele serie, 1957, eindigde zelfs in de maatstaven van die tijd bijzonder dramatisch.
12 mei, 1957. Een mooie dag in ruraal Italië, waar de festiviteiten rondom de Mille Miglia in volle gang zijn. Aan de startlijn bevinden zich naast gelauwerde bestuurders als ‘zilvervos’ Piero Taruffi, ook jongere coureurs als Graaf Wolfgang von Trips en de Belg Olivier Gendebien. Deze drie heren, allen in een Ferrari gezeten, mochten zich bij het vallen van de vlag onder de top 3 rekenen. De vierde Ferrari van het grid wordt bestuurd door een andere jonge, maar populaire, coureur: Alfonso de Portago. Zoals het een ware jetsetter betaamd weet hij niet alleen het publiek voor zich te winnen. Ook actrice Linda Christian heeft een zwak voor de flamboyante Spanjaard, getuige haar kus voor Alfonso die vastgelegd wordt door een onbekende fotograaf tijdens een van de tussenstops van de race. Enkele mijlen na dat moment, nabij het dorp Giudizzolo, slaat echter het noodlot toe voor De Portago en zijn bijrijder Edmund Nelson. Met nog ongeveer 30 mijlen te gaan in de rode Ferrari 335S, snellen de twee mannen door de Povlakte. Het enthousiaste publiek ziet hen op hoge snelheid dichterbij komen. Op dat moment begeeft een van de banden van de Ferrari het, waarna de auto eerst links de berm in slingert, over de kop slaat, en daarna in het publiek belandt. Zowel De Portago als Nelson zijn op slag dood - net als 9 toeschouwers. 20 anderen raken gewond. En alsof dat niet genoeg drama veroorzaakt, brengen de Nederlander Joseph Gottgens (hij crasht zijn Triumph TR3 in Florence) en een Italiaanse motoragent het totaal aantal doden tijdens de editie van ‘57 op 13. De ontzetting is groot, en wederom wordt de toekomst van de 1000 Miglia door menigeen in twijfel getrokken.
Het ongeval van De Portago kreeg een behoorlijk staartje. Na onderzoek bleek dat de coureur behoorlijk wat risico had genomen: in een poging om zo min mogelijk tijd te verliezen, had hij ervoor gekozen om een benodigde bandenwissel uit te stellen. De Italiaanse overheid hield echter niet alleen De Portago verantwoordelijk: zowel de bandenproducent als de Scuderia Ferrari werden onderdeel van het onderzoek. Maar daar bleef het niet bij. Enzo himself werd zelfs aangeklaagd voor doodslag in de nasleep van het ongeval. Deze zaak liep uiteindelijk met een sisser af in 1961, maar de inspanningen van de overheid lieten weinig ruimte voor interpretatie: het einde van de iconische MM was nabij.
De fatale Mille Miglia van 1957 was de laatste uit de ‘originele’ serie. De organisatie had al de grootste moeite om de autoriteiten te overtuigen om de race door te laten gaan, nadat er in 1956 reeds 6 personen om het leven waren gekomen. Zelfs befaamde coureurs als Fangio spraken zich uit over de gevaren van de tocht, en na 24 spraakmakende edities werd er besloten dat de smalle weggetjes van het open parcours zich niet meer leenden voor de auto’s en snelheden van die tijd. De Italiaanse overheid was duidelijk in hun vonnis: vanaf 1957 was het verboden om te racen op de openbare weg. Wat overbleef zijn de heldenverhalen, foto’s (niet in de laatste plaats die van Il Bachio della Morte van Linda Christian aan De Portago) - en een verzameling aan iconische automobielen die de most beautiful race of the world overleefd hadden.
// Storica
In ‘58, ‘59, en ‘60 hield de MM zich in een zwaar gemodificeerde vorm staande, waarmee de race zich meer als rally profileerde. Lange stukken snelweg (waar men zich aan de snelheidslimieten diende te houden) werden afgewisseld met proeven op afgesloten circuits en hillclimbs. Snelheid en de individuele klasse van de coureurs raakten ondergeschikt, en zonder de competitieve insteek van de originele MM was het concept niet echt levensvatbaar. Daarmee leek de eens zo gevierde race in de vergetelheid te raken. Een kleine twintig jaar later, in 1977, werd de fameuze MM andermaal tot leven gewekt als toeristische race op de openbare weg. En met succes: vanaf 1982 werd de MM elke twee jaar gehouden als regularity race nadat een groep enthousiastelingen officieel toestemming kreeg van de Automobile Club Brescia om de tocht te organiseren als 1000 Miglia. Aan de startlijn worden tegenwoordig, na een strenge selectie, alleen voertuigen toegelaten die zowel voor 31 december 1957 gebouwd zijn en hetzelfde merk en model zijn van een van de oorspronkelijke deelnemende automobielen toegelaten. En ondanks dat de 1000 Miglia Storica niet helemaal de heldenstatus van de originele serie bereikte, mag de wederopstanding van de race een succes worden genoemd.


De huidige MM kan wellicht het best worden omschreven als een rijdend museum. Met het verwateren van het competitieve element gaat de aandacht volledig uit naar de rijke collectie aan automobielen die zich jaarlijks in Brescia verzamelen. Voor elke MM worden er uit een grote groep applicanten zo’n 400 equipes geselecteerd. Over de jaren hebben er coureurs uit meer dan 50 verschillende landen zich aan de startlijn verzameld, waaronder enkele grote namen zoals Jay Leno, Bruno Senna, Jenson Button, Rowan Atkinson en - je verwacht het niet - ook Sir Stirling Moss kon het niet laten om terug te keren in de hedendaagse versie. Wat dat betreft heeft de 1000 Miglia weinig aan glans verloren, en voor velen blijft het een hoogtepunt op de kalender. Een tip van ons: hoewel deelname een lieve duit kost, naast het feit dat je een “eligible” voertuig moet bezitten, bestaat er voor de gewone sterveling ook een mogelijkheid om de Mille Miglia te ervaren. Een van de hoogtepunten is bij uitstek de technische controle die elk jaar voor de start plaatsvindt: hier hebben zowel deelnemers als voorbijgangers de kans om oog in oog te staan met een paar van de meest bijzondere en zeldzame automobielen uit de historie. En aangezien de route gewoon via de openbare weg loopt, kun je daarna jouw favoriete klassieker ook gewoon over het gewijde asfalt sturen. Geen straf, dachten wij zo.
// Meer info
Meer weten over de historie en huidige versie van de 1000 Miglia? Bekijk dan zeker even de officiële website van de 1000 Miglia.

