Drie keer een nieuwe naam, twee wereldoorlogen, en natuurlijk... Enzo Ferrari!
Ben je überhaupt een auto fanaat als je nog nooit een Alfa Romeo hebt gehad? Op een of andere manier heeft het iets magisch het merk uit Milaan met de draak! of is het een slang? Voor velen komt de Alfa Romeo het dichtst bij het besturen van een italiaanse volbloed. Of het nou een 147 is of een elegante MiTo, wij zijn het er in ieder geval over eens dat het merk dat in 1906 begon als Societa Italiana Automobili Darracq inmiddels wel een plekje in ieders hart heeft mogen verkrijgen. Trouwens, Darracq is een eervolle vermelding naar Alexandre Darracq, de oprichter van het merk dat we inmiddels Alfa Romeo noemen.
Hoewel Darracq niets met auto’s had, was het wel een gewiekste ondernemer en misschien wel dankzij zijn afkeer tot auto’s is het merk Alfa Romeo zoals het vandaag de dag bestaat. Ongeveer vijf jaar na het stichten van Societa Italiana Automobili Darracq, stapte Alexander uit de organisatie, de revenuen waren onvoldoende en de twijfel is er nog steeds of Darracq zelf op is gestapt of dat hij werd uitgekocht. Hoe dan ook, met zijn vertrek ontstond het merk Alfa. Op dat moment zijn we natuurlijk op de helft van de inmiddels bekende naam. Alfa staat overigens voor Anonima Lombarda Fabbrica Automobili. Kortweg Alfa dus.

Na vijf jaar voegde zich daar de tweede, inmiddels bekende naam bij het bedrijf. De laatste telg uit de Darracq familie verkocht tijdens de eerste wereld oorlog zijn aandeel. Dat aandeel ging vrijwel direct door naar Nicola, een pomp en compressor fabrikant met de achternaam Romeo.
De aspiraties van Nicola was niet om auto’s te bouwen in de ALFA fabriek, tegenovergesteld van wat je zou verwachten bleek ook hij geen fanaat te zijn van automobielen. Nicola had de wens om zijn bestaande verdienmodel, het produceren van materiaal voor de oorlog, zoals Vliegtuigmotoren uit te breiden. Voor deze uitbreiding was de fabriek van ALFA een noodzakelijk bezit. Overige aandeelhouders waren niet gecharmeerd van deze plannen, hierop besloot Nicola de aandeelhouders gewoon uit te kopen.
Op dat moment verdween ook de naam ALFA van de panden en prijkte er enkel Romeo. Tot zover zijn we ongeveer twaalf jaar onderweg met het merk en zijn er al aardig wat wisselingen en vernieuwingen geweest.
Misschien dat daar de betekenis ook wel ligt van de helft van het Alfa Romeo logo. Het rode kruis op de witte achtergrond is natuurlijk de vlag van Milaan, de plek waar het merk zijn oorsprong vond. Daar is geen twijfel over! Over de rechterkant van het logo bestaat wel nog altijd wat verwarring. Rond 2014 bracht Alfa Romeo een statement uit over de andere helft van het logo. Het is geen draak of slang en ook geen krokodil. “Het is een persoon die gepurificeerd wordt”. Zoals het merk zich keer op keer weer opnieuw uit heeft weten te vinden? Ooit stond er ook nog Milano op het logo maar nadat de auto’s niet meer in Milaan werden geproduceerd verdween die verwijzing al snel. Een andere opvatting over de rechterkant van het logo is trouwens dat het de slang uit het Visconti schild zou zijn. De Visconti’s waren een adellijke familie uit Milaan. De slang zou zijn gezien door een jonge ontwerper bij het merk op een toren die door dezelfde architect ontworpen is als de twee bronzen deuren aan de Sint Pietersbasiliek.

Gelukkig kwam er een eind aan de eerste wereldoorlog. Het merk, tot dan toe nog altijd Romeo had zich ondanks de wisselingen en de roerige tijd goed door dit hoofdstuk geslagen! Maar het moest zichzelf wel weer opnieuw uitvinden. Er was veel geld en nog wat oude auto onderdelen. In de opbouw na de oorlog was er behoefte aan mobiliteit en dat zag Nicola Romeo ook. Het merk Romeo had een prima betekenis in de mijnbouw en oorlogsindustrie, maar er was totaal geen race pedigree. De wens en de markt voor de auto industrie was er maar Nicola wilde niet terug naar enkel het merk Alfa, wel zag hij de historische kracht van de naam… De eerste auto die het merk na de oorlog produceerde was de Alfa Romeo Torpedo 20, Met variërend vermogen van 20 tot 30 pk. Alfa Romeo, de ideale combinatie voor Nicola Romeo om zijn naam toch aan de fabriek te verbinden en te appelleren aan de historische naam van het merk.
Hoewel er vraag was naar auto’s vlogen ze niet zomaar over de toonbank. Om het merk meer lading te geven, namen ze deel aan veel races en rally's in Italië. Bij de race divisie van het merk zaten ze niet verlegen om grote namen. Zo hadden ze als coureur eene Enzo Ferrari achter het stuur zitten. hoewel hij slechts 11 races wist te winnen voor het merk vanuit de racestoel is zijn impact enorm gebleken toen hij als hoofd van het raceteam aan de slag ging. Een van zijn grootste successen droeg de naam Vitorrio Jano. Jano werd door Enzo zelf vanuit Fiat overgehaald naar Alfa Romeo. Onder Jano’s vlag werd de P2 en Tipo B gebouwd. legendarische auto’s die in de rally’s praktisch onverslaanbaar bleken.
Hoewel het Alfa Romeo voor de wind ging in de races stond een van de coureurs, Ugo Sivocci, nooit op de hoogste trede van het podium. Gelovig als de Italiaan was, dacht hij dat het niets anders kon zijn dan een vloek. Net voor de Targa florio in 1923 vroeg hij een kunstenaar uit de buurt om zijn P2 te voorzien van een klavertje. Alles voor het geluk zullen we maar zeggen. Inmiddels is dat simpele klavertje voor de bijgelovige Sivocci natuurlijk veel groter geworden en vanaf dat moment bestond de Quadrifoglio.
De racerij wist het merk veel bekendheid en winst op te leveren maar dat was niet direct in Lira’s te meten. In 1933 stond het merk op het randje van de afgrond. Gered door de overheid als autobouwer in het IRI programma (Instituut voor Industriële Wederopbouw). Maar dat had een zeer voorname consequentie, ze moesten het racen aan andere teams overlaten. De hele divisie werd overgeheveld naar het andere raceteam van Alfa Romeo; Scuderia Ferrari nam het race stokje van de Milanezen over. Het racen kwam weer terug bij Enzo Ferrari en zo kwam het ook dat op de 8C spider van die tijd zowel het Alfa Romeo logo straalde als het steigerende paard.

Na vijf jaar keurig op de tellen te passen wist Alfa Romeo weer voldoende liquiditeit op te bouwen om weer te kunnen racen. in 1938 werd Alfa Corse opgericht en voor Scuderia Ferrari viel het doek.
Alfa Corse werd nog altijd flink gespekt door de overheid. Het fascistische regime in Italië op dat moment vond dat winnen een schitterende manier was om zich in de kijker te spelen. Daar kwamen onwijs mooie auto’s uit voort maar ook de verplichting om tijdens de tweede wereldoorlog weer bij te dragen aan de oorlogsindustrie. Tijdens deze oorlog zijn de fabrieken van Alfa meermaals gebombardeerd maar… zoals je al verwacht, de Italianen kwamen er bovenop. De kennis die ze op hebben gedaan tijdens de oorlog over het bouwen van vliegtuigen zien we nu bijvoorbeeld direct terug in de Disco Volante uit die tijd, een schitterende coupe die zelfs vandaag nog futuristisch lijkt. Het experiment is flink getest in windtunnels en al deze kennis hebben ze opgeslagen en naar verluid zijn alle Disco Volantes van die tijd weer uit elkaar gehaald. Wat kregen we er dan voor terug? Onder andere de 6C 2500, met koetswerken van Pininfarina en Carrozzeria Touring. En Giulia als opvolger van de Giulietta. Lang niet zo sexy als de Disco Volante maar wel praktisch, en dat levert centen op, die weer gebruikt worden om te kunnen racen.

In 1950 vond de eerste Formule 1 race plaats, met racers Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio won het merk twee jaar op rij de wereldtitel. Na die successen trok Alfa Romeo zich terug uit de Formule 1, naar verluid om zich weer meer op het produceren van auto’s te richten.
Ze weten als geen ander hoe ze een auto moeten bouwen, maar hoe maak je hem mooi? dat lieten de italianen graag over aan carrosseriebouwers als Bertone, Zagato en Pininfarina. Daar ontstond de jarenlange samenwerking tussen de merken.
Die eerder genoemde Giulia, als opvolger van de Giulietta kwam in 1960 als eerste uit de nieuwe fabriek in Arese. Niet ontworpen door een van de beroemde carrosseriebouwers maar door Alfa’s eigen Orazio Satta Puliga. In 17 jaar werden er bijna net zoveel variaties van het origineel gemaakt en toen de productie stopte zijn er zo’n miljoen Giulia’s in al haar vormen uit de fabriek gerold. Geen wonder dat die naam vanaf 2015 weer in de showrooms te bewonderen valt.
Vanaf 1979 keerde Alfa Romeo weer terug in de Formule 1 en zoals de geschiedenis ons inmiddels leert, zodra het goed gaat in het racen gaat het minder goed bij de personenauto’s schommelende jaren volgde en in 1985 trok het Italiaanse merk zich weer terug uit het racen. Wel bleven ze nog 3 jaar lang motoren leveren aan diverse teams.
Al die tijd was Alfa nog onderdeel van de overheid tot in 1986. Als onderdeel van Finmeccanica, en Italiaans overheidsbedrijf. Later verkocht de overheid Alfa Romeo aan verkocht aan FIAT. Ik denk dat de autobouwers uit Turijn iets meer geld over hadden door het gebrek aan race ambities. Alfa kwam samen met Lancia in de Afla Lancia S.p.A.. Op dat moment kreeg Alfa natuurlijk veel mee van haar moeder Fiat maar moest daardoor ook zaken achterwege laten. De achterwielaandrijving verviel voor een meer praktische voorwiel aandrijver. Je ziet nog steeds veel overeenkomsten tussen Alfa’s en Fiatjes uit die tijd. Kijk maar eens naar de Spiders en de Fiat 124 uit die tijd.
Met meer dan 10 jaar onder het juk van Fiat kwam met de komst van de 156 het verlossende moment weer een echte ‘eigen’ auto. Een Alfa Romeo met het DNA zoals het hoort te zijn. in 1998 verkozen tot auto van het jaar en tot op vandaag de dag zie je ze nog veel rijden! De iets kleinere 147 volgde in 2001 haar grote broer op als auto van het jaar. Later in deze eeuw volgen ook Ferrari en Maserati de stap naar de Fiat groep. Weer een nieuwe naam en weer een aantal ‘broers’ in de familie waar onderdelen en techniek geleend mag worden. Zo deelt de Giulia QV van vandaag de dag motorisch erg veel met een Ferrari.
Met een grotere familie kwam er ook weer ruimte voor meer activiteiten buiten het maken van personenauto’s en in 2018 komt Alfa Romeo nu met Sauber weer terug de Formule 1 in. Laten we hopen dat de geschiedenis zich nu niet herhaald. Maar met een gedegen combinatie onder De Stelantis vlag zal het merk nog lang voort bestaan.
Inmiddels valt Alfa Romeo onder de Stelantis vlag waar niet alleen de Italiaanse merken verenigd zijn maar ook Opel (Vauxhall), Peugeot, DS Automobiles, Citroën, RAM, Dodge Chrysler en Jeep. Met deze verandering heeft Alfa Romeo een stap richting de toekomst gezet. Daar waar de focus van Stellantis onder andere op elektrificatie van de auto’s ligt. Dus zoals we nu al zien bij de Tonale, meer elektrisch en minder Busso V6. Spijtig misschien maar ook heel dubbel. Niemand wil het merk zien verdwijnen en dan moet je in de tijdsgeest mee.

